VOOR dagelijks geluk training

Training Inhoud

Hoofdstuk 0 – Welkom bij VOOR dagelijks geluk
5 Paragrafen
0.1 Welkom bij de training
0.2 Waarom proactieve zorg bij De Gelukshoeve?
0.3 Wat ga je leren?
0.4 Hoe ziet de leerroute eruit?
0.5 Startreflectie: wanneer had jij eerder kunnen handelen?
Hoofdstuk 1 – Dagelijks geluk ontstaat niet vanzelf
6 Paragrafen
1 Toets
1.1 Wat verstaan we onder dagelijks geluk?
1.2 Van reactieve naar proactieve zorg
1.3 Een prikkel is meer dan een activiteit
1.4 Kleine geluksmomenten in de gewone dag
1.5 Wat proactieve zorg wel en niet is
1.6 Korte kennischeck
Hoofdstuk 1 – Dagelijks geluk ontstaat niet vanzelf
Hoofdstuk 2 – Het VOOR-model van De Gelukshoeve
8 Paragrafen
1 Toets
2.1 Waarom werken we bij De Gelukshoeve met het VOOR-model?
2.2 V – Verdiepen in de bewoner
2.3 O – Observeren van het moment
2.4 O – Ondernemen: passend en tijdig aanbieden
2.5 R – Reflecteren en rapporteren
2.6 VOOR als doorlopende cyclus
2.7 Maak kennis met de doorlopende praktijkcasus
2.8 Korte kennischeck
Hoofdstuk 2 – Het VOOR-model van De Gelukshoeve
Hoofdstuk 3 – V: Verdiepen in de bewoner
9 Paragrafen
1 Toets
3.1 De mens achter de zorgvraag
3.2 Het levensverhaal en de psychobiografie
3.3 Rollen, gewoonten en vertrouwde routines
3.4 Bronnen van dagelijks geluk
3.5 Persoonlijke sleutelprikkels herkennen
3.6 Informatie verzamelen bij bewoner, naasten en collega’s
3.7 Feiten, aannames en getoetste observaties
3.8 Opdracht: het dagelijks-gelukprofiel
3.9 Korte reflectie en kennischeck
Hoofdstuk 3 – V: Verdiepen in de bewoner
Hoofdstuk 4 – O: Observeren van het moment
9 Paragrafen
1 Toets
4.1 Observeren zonder direct te verklaren
4.2 Het verschil tussen waarnemen en interpreteren
4.3 Lege en kwetsbare momenten herkennen
4.4 Overgangsmomenten gedurende de dag
4.5 Vroege signalen van verveling, zoeken of terugtrekking
4.6 Eerst breed kijken: wat kan er nog meer spelen?
4.7 Het belang van een nulobservatie
4.8 Opdracht: de momentenkaart
4.9 Oefening: feitelijk observeren
Hoofdstuk 4 – O: Observeren van het moment
Hoofdstuk 5 – O: Ondernemen – passend en tijdig aanbieden
8 Paragrafen
1 Toets
5.1 Van persoonlijke kennis naar een passend aanbod
5.2 Het juiste moment: handelen vóórdat onrust ontstaat
5.3 Een aanbod concreet en uitnodigend maken
5.4 Eigen regie: begeleiden met de handen op de rug
5.5 Omgaan met weigeren, stoppen of een veranderende behoefte
5.6 Kleine prikkels en een passend alternatief in de gewone dag
5.8 Scenariotoets: wat doe jij?
Hoofdstuk 5 – O: Ondernemen – passend en tijdig aanbieden
Hoofdstuk 6 – R: Reflecteren en rapporteren
8 Paragrafen
1 Toets
6.1 Effect herkennen: betrokkenheid, stemming en initiatief
6.2 Feitelijk en concreet rapporteren
6.3 Geen zichtbaar effect is ook informatie
6.4 Herhalen, aanpassen of stoppen
6.5 Reflecteren en afstemmen als team
6.6 De VOOR-rapportage
6.7 Doorlopende praktijkcasus: wat was het effect bij meneer Willem?
6.8 Scenariotoets: observeren, rapporteren en beslissen
Hoofdstuk 6 – R: Reflecteren en rapporteren
Hoofdstuk 7 – VOOR het dagelijks geluk in de praktijk
8 Paragrafen
1 Toets
7.1 Böhm en VOOR: van de mens kennen naar dagelijks handelen
7.2 De VOOR-werkwijze tijdens iedere dienst
7.4 Praktijkopdracht: doorloop VOOR bij één bewoner
7.5 Borging: van één ervaring naar een teamafspraak
7.6 Voor je volgende dienst
7.7 Eindreflectie en afronding
Hoofdstuk 7 – VOOR het dagelijks geluk in de praktijk
Eindboodschap van de cursus