Tekstbeleving

Tekstbeleving

Muziek is communicatie. Met je lied wil je iets overbrengen op je publiek. De vraag in deze les is wat jouw lied te vertellen heeft.

Wanneer je je een lied eigen wilt maken is het belangrijk eerst goed naar de songtekst te gaan kijken.

Stel jezelf de volgende vragen:

Wie ben ik?

Wat doe ik?

Wat is de aanleiding geweest om dit lied te gaan zingen? Wat is er aan vooraf gegaan?

Voor wie zing je het lied? Zing je het voor jezelf of voor een ander? Wie is die ander en wat is jouw relatie tot die ander?

Wat voor stemming voel je wanneer je dit lied zingt? Verandert de emotie gedurende het lied? Je noemt dit emotie shifts. Deze zorgen vaak voor de opbouw van het lied.

Wat is de belangrijkste boodschap die je met het lied wilt overbrengen op je publiek?

Is er een dubbele lading in de tekst? Zo ja, wat is de subtekst van het lied?

In musicals kun je je bijvoorbeeld afvragen wat voor kleding je personage zou dragen wanneer hij of zij dit lied zingt. Wat voor rekwisieten horen er bij je rol? Wat is de biografie van jouw personage?

Wanneer het lied in een andere taal is geschreven is het belangrijk dat je weet wat je zingt. Vertaal het lied voor jezelf naar je moedertaal. Probeer gedichten naar spreektaal om te zetten. Zet ouderwetse spreektaal om naar moderne spreektaal zodat het jou ook wat zegt. Hoe meer voeling je krijgt met de tekst, hoe dichter deze bij jezelf komt en hoe beter je hem weer op iemand anders kunt overbrengen. Hiermee kom je geloofwaardiger over dan wanneer je zelf geen idee hebt van wat je staat te zingen.

Kijk goed waar de accenten in de zin moeten komen. Waar wil jij de nadruk op leggen? Wat zijn de belangrijke woorden in de tekst en hoe past dat in de muziek?

Oefen het lied ook eens met ‘onlogische’ emoties.

Verdeel je lied als het ware in scenes als in een film en zie de beelden aan je voorbij gaan. Hoe meer jij voor je ziet wat er gebeurt, des te meer je publiek zich ook een voorstelling kan maken bij wat jij wilt communiceren.

Met de verschillende stemfuncties neutral, curbing, overdrive en edge kun je spelen met klankkleuren en emoties. Over het algemeen past overdrive vaak goed bij boze passages, terwijl neutral een wat lichtere, vrolijkere klank heeft. Curbing past vaak bij verdriet en een meer ingetogen stemming, terwijl je met edge meer naar buiten treedt. Zo kun je techniek combineren met spel.

In de komende twee lessen van deze online cursus zal ik dieper ingaan op performen en auditeren. Tekstbegrip is hierbij van wezenlijk belang.

 

Oefening.

 

Maak een rolbeschrijving bij het lied Time after Time. Bedenk zelf een personage en beantwoord zoveel mogelijk van de volgende vragen. Gebruik je eigen creativiteit! Zing het lied vervolgens vanuit dit zelf bedachte ‘karakter’.

Zing je het nu anders?

 

Rolbiografie
Naam van het personage:
Achternaam:
Leeftijd:
Woonplaats:

Relatie:
Wat voor huis woont het personage:
In wat voor buurt:
Met wie woont het personage in het huis:
Wie zijn de buren:
Met wie in de buurt heeft het personage contact:
Vrienden:
Familie:
Beste vriend:
Eventuele vijanden / ruzie of conflict mee:
Huisdieren:

Wat voor school gedaan:
Wat voor studie:
Wat voor werk gedaan:
Wat voor werk nu:
Hoe ligt het personage op het werk of op school, heeft het personage het daar naar de zin:
Wat is de hobby van het personage:
Waar gaat het personage het liefst uit:

Beschrijf wat je personage in zijn/haar leven heeft meegemaakt:

Voornaamste karaktereigenschap:
Beschrijf totale karakter:
Wat vindt het personage van zichzelf:
Wat vindt het personage van anderen:
Hoe denkt het personage dat anderen hem/haar ziet:
Wat haar het personage aan zichzelf:
Waar is het personage trots op:
Wat wil het personage bereiken:
Gelooft het personage ergens in:
Wat is de grootste angst van het personage:
Heeft het personage een geheim:

Wat voor kleding draagt het personage:
Hoe gaat het personage met het uiterlijk en uiterlijke verzorging om:
Hoe ziet de woonruimte van het personage er uit:
Wat is de lievelingskleur van het personage: