2.1 De ijsberg: kijken onder zichtbaar gedrag

Wat je ziet en wat je nog niet weet

De ijsberg is een metafoor. Boven water zie je gedrag: weglopen, schreeuwen, weigeren of stil worden. Onder water kunnen gevoelens, behoeften, verwachtingen en omstandigheden meespelen. Denk aan vermoeidheid, onzekerheid, overprikkeling, behoefte aan autonomie of moeite met een taak.

De metafoor helpt om vragen te stellen. Zij bewijst niet waarom een kind zich zo gedraagt. Vul het antwoord daarom niet meteen in en gebruik gedrag niet als basis voor een diagnose.

Begrijpen en begrenzen gaan samen

Een begrijpelijke emotie maakt niet ieder gedrag aanvaardbaar. Je kunt boosheid erkennen en tegelijk voorkomen dat iemand wordt geslagen.

Voorbeeld: ‘Je bent heel boos omdat het spel moet stoppen. Dat snap ik. Slaan mag niet. Ik zorg dat je zusje afstand kan nemen. We bespreken straks wat jou kan helpen.’

Beschrijf eerst wat je waarneemt. Vraag op een rustig moment: ‘Wat maakte dit zo moeilijk?’ of ‘Wat gebeurde er vlak voordat je wegliep?’ Bied bij een jong kind eenvoudige keuzemogelijkheden voor woorden, zonder het antwoord op te leggen.

Om over na te denken: welk gedrag vind je lastig? Welke informatie ontbreekt nog voordat je een conclusie trekt?