5.1 De mandjes: kiezen wat aandacht vraagt
Niet overal tegelijk strijd over voeren
Met de mandjes uit de workshop orden je gedrag om prioriteiten te kiezen. Schrijf concrete gedragingen op, zoals ‘slaat een broer’ of ‘laat kleding op de vloer liggen’. Woorden als ‘respectloos’ zijn te breed om een duidelijk plan op te baseren.
- Rood: schadelijk, onveilig of ernstig ontwikkelingsbedreigend gedrag. Kies een zeer beperkt aantal duidelijke prioriteiten.
- Oranje: gedrag dat aandacht en overleg vraagt, maar niet allemaal tegelijk hoeft te veranderen.
- Geel: kleine irritaties die je voorlopig bewust kunt laten rusten.
- Groen: kwaliteiten, fijne momenten en gedrag dat je wilt blijven zien en waarderen.
Aantallen en percentages uit de workshop zijn hulpmiddelen, geen vaste norm. Een acuut risico krijgt altijd aandacht, ook als het rode mandje al gevuld is.
Samen een keuze maken
Bespreek met medeopvoeders wat prioriteit heeft en waarom. Bij verschil van inzicht neem je zorgen serieus en zoek je zo nodig hulp. De kleur alleen bepaalt de aanpak niet.
Voorbeeld: je richt je eerst op slaan. Het zuchten bij een verzoek laat je voorlopig rusten. Je blijft daarnaast belangstelling en waardering tonen.
Groen betekent niet dat relatiegebaren verdiend moeten worden: betrokkenheid blijft ook bij moeilijk gedrag bestaan.
